Dit artikel verkent wat er verandert aan onze samenwerking in teams, waarom psychologische veiligheid zo vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd en hoe je frictie kunt gebruiken als kompas.
Hybride werken is niet meer een fase, maar het uitgangspunt. In die realiteit organiseren we werk steeds vaker rondom wisselende samenwerkingen, korte cycli en digitale besluitvorming. Tegelijk schuift AI steeds dieper de werkstroom in. Dat levert snelheid op, maar ook een nieuw soort kwetsbaarheid: minder vanzelfsprekende verbinding, sneller misverstaan, meer ruis in afstemming.
In veel organisaties zie je dan hetzelfde patroon. Zodra de druk stijgt, verschijnt ‘gedoe’ op het toneel. Frictie, omwegen, eilandjes, terugkerende irritaties, of juist stilte en vermijding. De reflex is vaak om gedoe te willen elimineren. Maar precies daar zit de denkfout. In onze whitepaper over teameffectiviteit noemen we dit ook: gedoe is geen toeval of individueel falen, maar een logisch gevolg van hoe samenwerking is ingericht én dus ook een krachtig startpunt voor verbetering.
Hybride is het nieuwe normaal, maar vraagt actief om ontwerp
Dat hybride werken dominant is, zie je ook terug in internationale trendpublicaties. Zo wordt hybride werken omschreven als de dominante manier van werken en expliciet gekoppeld aan de vraag: “hoe blijven teams verbonden en productief”. Andere analyses over samenwerking benadrukken dezelfde beweging: samenwerken gebeurt steeds meer ‘over locaties en tijdzones heen’, met meer nadruk op ritme, tooling en afspraken.
De implicatie voor teams is belangrijk. Als het fundament (gedeelde context) dunner wordt, moet je meer expliciet maken:
- waar we naartoe werken
- hoe besluiten worden genomen en worden opgevolgd
- welke informatie wanneer nodig is en waar hoort
- hoe we meningsverschillen en spanning onderkennen en functioneel maken
Zonder die explicitering wordt efficiëntie vaak schijn: het lijkt snel, tot de frustraties oplopen, beslissingen steeds heroverwogen worden en de samenwerking onder druk komt.
AI voegt snelheid toe, maar kan ook de onderstroom versterken
Een andere nieuwe werkelijkheid is het inzetten van AI. AI helpt om informatie sneller te verwerken, samen te vatten en concepten te maken. Tegelijk laat onderzoek dat door Harvard Business Review wordt aangehaald zien dat AI‑investeringen vaak minder opleveren dan verwacht en juist nieuwe risico’s introduceren rond kwaliteit, governance en cultuur.
Dat raakt teams direct. Want als AI tempo verhoogt, wordt het verschil tussen ‘snel beslissen’ en ‘goed besluiten’ zichtbaarder. In teams met zwakke afspraken kan AI de ruis zelfs vergroten: meer output, meer kanalen, meer interpretatieverschillen.
De kern blijft menselijk: afstemming, vertrouwen en accountability. En juist daar komt gedoe naar boven als signaal.
Psychologische veiligheid wordt vaak verkeerd begrepen (en dat blokkeert teams)
Psychologische veiligheid is een populaire term geworden, maar met populariteit komen misvattingen. Amy Edmondson en Michaela Kerrissey (Harvard Business School) beschrijven zes hardnekkige misconcepties, waaronder dat het ‘aardig zijn’ zou betekenen, dat je ‘je zin krijgt’, dat er niet op resultaten wordt gestuurd, dat het baanzekerheid impliceert of dat het een policy is.
Hun kerndefinitie is juist functioneel: een gedeeld klimaat waarin mensen met openheid kunnen spreken, vragen stellen, fouten kunnen benoemen, constructief uitgedaagd worden en tegenspraak kunnen geven.
Teams hebben niet alleen veiligheid nodig, maar ook een volwassen norm voor dialoog en feedback.
Waarom dit zo relevant is voor teams in 2026:
- als ‘veiligheid’ gelijkgesteld wordt aan comfort, verdwijnt het scherpe gesprek, de uitdaging om persoonlijk te groeien en de focus op resultaten
- als tegenspraak wordt geframed als ‘onveilig’, zakt besluitkwaliteit
- als veiligheid als policy wordt gezien, mist de dagelijkse werkelijkheid, waarin gezonde uitdaging inspirerend werkt
Van teamproblemen naar teampatronen: gedoe is stuurinformatie
Teams lopen zelden vast op de inhoud van het werk. In de praktijk zien we dat samenwerking vooral stokt door terugkerende interactiepatronen: manieren van omgaan met elkaar die energie wegtrekken en prestaties onder druk zetten. Denk aan vermijding van spanning, onduidelijke besluitvorming of het telkens opnieuw starten zonder echt af te ronden.
Een belangrijk perspectief daarbij is relationeel. Gedrag in teams ontstaat niet in isolatie, maar in wisselwerking. De vraag “wat gebeurt er tussen ons?” is daarom vaak productiever dan “wie is hier lastig?”. Het verschuift de focus van individuen naar patronen, laat zien dat het een wisselwerking is waar niet per se iemand ‘schuldig’ is en maakt zichtbaar waar samenwerking structureel wringt.
Een belangrijk perspectief daarbij is relationeel. Gedrag in teams ontstaat niet in isolatie, maar in wisselwerking. De vraag “wat gebeurt er tussen ons?” is daarom vaak productiever dan “wie is hier lastig?”. Het verschuift de focus van individuen naar patronen en maakt zichtbaar waar samenwerking structureel wringt.
Dit is ook precies waarom het streven naar ‘gedoe‑vrij werken’ meestal mislukt. Gedoe verdwijnt niet waar mensen samenwerken. De kunst is om er niet huiverig voor te zijn en er juist wél richting aan geven door te begrijpen welke dynamieken er spelen en wat die in stand houdt.
Die inzichten vormen de kern van onze whitepaper over effectieve teams. Daarin brengen we veelvoorkomende teamdynamieken systematisch in kaart en laten we zien hoe teams vastlopen, én hoe gerichte ingrepen samenwerking weer in beweging kunnen brengen. Dit perspectief ligt ook ten grondslag aan onze teambegeleiding.
De stap die het verschil maakt: van gedoe-vrij naar gedoe-vaardig
De whitepaper ‘Effectieve teams: gedoe als kans voor groei’ introduceert zes veelvoorkomende effectblockers. Dit zijn patronen die verklaren waarom samenwerking vastloopt en welke ingrepen voorspelbaar verschil maken. Het doel is niet om een team te labelen, maar om taal te geven aan wat anders onder tafel blijft. Zodat je het gesprek kunt voeren dat nodig is.
Praktisch betekent gedoe‑vaardigheid:
- je kunt spanning benoemen zonder te escaleren
- je kunt feedback normaliseren zonder dat het persoonlijk wordt
- je kunt besluiten nemen én opvolgen, ook als het schuurt
- je kunt eigenaarschap versterken bij alle leden van het team
- je kunt vertrouwen bouwen door duidelijkheid, ritme en consistent gedrag
Teams die patronen herkennen, bespreekbaar maken en benutten, groeien in eigenaarschap, psychologische veiligheid en slagkracht.
Waar dit perspectief vandaan komt
Deze manier van kijken is niet theoretisch, maar gebaseerd op analyse van gedrags- en persoonlijkheidsdata uit meer dan honderd teams. Door patronen over teams heen te vergelijken, wordt zichtbaar welke dynamieken voorspelbaar tot stroeve samenwerking leiden.
Het uitgangspunt is daarbij onze psychologische basis: niet werken met snelle tips, maar met een kader dat helpt begrijpen wat er speelt en welke interventies passend zijn in de context van het team.
Wil je hier meer over horen? Neem dan gerust contact op. Ik vertel je graag meer over de mogelijkheden voor jouw team én over de resultaten van teamsessies die wij hebben verzorgd.